Drachtplantencursus

Doelstelling:

  • kennis aanbrengen met betrekking tot bloembiologie, drachtplanten in soorten en de honingbij als bestuivend insect mede met het oog op haar economische betekenis
  • mogelijkheden aangeven ter verbetering van de drachtweide: door de imker zelf, door imkersorganisaties en door openbare instanties
  • beoordeling van een bestaand landschap als drachtweide
  • vermeerdering van drachtplanten toepassen

 Opmerkingen:

  • de praktijklessen zullen afhangen van
  • afhankelijk van deze mogelijkheden zullen de punten c. en d. van de doel- stelling per cursus verschillende aandacht krijgen, met dienverstande dat de stuurgroep vindt, dat alle doelstellingen aan de orde moeten komen
  • een meerderheid van de stuurgroep vindt, dat de cursus toegankelijk is voor imkers die een beginnerscursus (basiscursus) hebben gevolgd
  • personen, werkzaam in het openbaar groen, kunnen aan de cursus deelnemen mits de inspecteur hiervoor toestemming geeft
  • de interesse en mogelijkheden van cursisten en leraar
  • de outillage van de betreffende agrarische school
  • de gevarieerdheid van bet landschap in en rond de cursusplaats

Duur van de cursus: 40 lessen van 50 minuten te verdelen over 20 bijeenkomsten van februari t/m november.

Theorielessen:

  • Opening cursus, kennismaking. Vaststelling accenten in de stof

Betekenis van planten

Levensfuncties van planten

Planten als vastleggers van energie: fotosynthese

De betekenis hiervan voor mens en dier

Indeling van het plantenrijk {summier)

  • Hoofdorganen van de plant. Wortel, stengel, blad

Bouwen functie van de bloem

Bestuiving en bevruchting: zelf- en kruisbestuiving

Wind- en insectenbestuiving

Betekenis van insecten voor de bestuiving

  • De honingbij als bestuiver

Voor- en nadelen van de honingbij als bestuiver

Economische betekenis hiervan bij cultuurgewassen

Drachtplanten: eisenpakket

Factoren van invloed op de dracht. In- en externe factoren

Drachtkalender

  • Reizen {summier)

Relatie bloembouw en insect

  • Lokmiddelen van de bloem
  • Openingstijden van de bloem
  • Temperatuur voor het honingen

Andere bestuivende insekten

Vlieggatwaarnemingen

  • Indeling van zaadplanten in families

Vormleer voor de herkenning van families

Enkele plantenfamilies, waarin veel drachtplanten voorkomen nader behandelen (b.v. kruisbloemigen,rozenfamilie, wilgenfamilie, lelie-achtigen, vlinderbloemigen, samengesteldbloemigen)

Onderscheid cultuurplanten - wilde planten

  • Bodemkunde en vegetatiekunde in relatie met de omgeving 'van de cursusplaats

Belangrijkste grondsoorten:

  • ontstaan
  • eigenschappen
  • waterhuishouding
  • verschil in begroeiing

Invloed van grondgebruik en grondbewerking op de vegetatie

  • Drachtverbetering door de imker

Kweken van drachtplanten

Methoden van vermeerdering (zaaien, scheuren, stekken)

Snoeien van bloeiende heesters

  • Drachtverbetering door andere instanties

Erfbeplanting

Openbaar groen

  • in bebouwde kom
  • langs wegen
  • op dijken

Inplanten van overhoeken en inzaaien van braakliggende gronden. Overleg met instanties hierover

  • Natuurbescherming en bijenteelt.Dracht in natuurgebieden

Nadruk op natuurbeschermingsorganisaties, werkzaam in de cursusplaats. Natuurbeschermingswetgeving

Gewasbescherming:

  • wetgeving
  • middelen

Bestuivingsregeling

Bestrijdingsmiddelenwet: procedures en regelingen, met name van belang voor de bijenteelt

  • Examen en nabespreking

Extra theorie

  • Splitsing les 6 in bodemkunde en vegetatiekunde
  • Splitsing les 9 in natuurbescherming en gewasbescherming

Als in praktijklessen veel aandacht wordt besteed aan het kweken van dracht- planten krijgt deze les de volgende inhoud: Reizen met bijen: in voorjaar,zomer en nazomer. Beschikbaar stuifmeel in voorjaar en herfst.Plaatsen van bijen op verschillende cultuurgewassen (volle grond onder glas)

Praktijklessen excursie-en exploratiemodel

  •  Half april. Excursie in een gevarieerd landschap ter kennismaking met plantensoorten vegetatie. bodem en landschap. Beoordeling van en onderzoek naar de betekenis voor de bijen
  • (zelfde excursie later in het seizoen lof 2 keer herhalen)
  • Determineren van planten (binnen meer theoretische aanpak. buiten meer praktische aanpak)
  • Excursie in de omgeving van de cursusplaats met de nadruk op bodemtypen en vegetatietypent in relatie tot de bijenteelt
  • Excursie naar een heemtuin (b.v. I.V.N.. natuurtuin met veel soorten en vegetatietypen)
  • Excursie naar de Ambrosiushoeve of gelijkwaardig park
  • Zomer: (zie les 1) nadruk op bloeiende (dracht)planten
  • Excursie naar een kwekerij. waar veel vermeerderingstechnieken worden gedemonstreerd
  • Zelfvermeerderingstechnieken toepassen
  • Excursie naar een gevarieerde openbare groenvoorziening in de bebouwde kom in voorjaar/zomer. eventueel mede onder leiding van de beheerder
  • Excursie naar een natuurgebied of natuurreservaat in de omgeving, mede onder leiding van de beheerder

Extra praktijk

  • Herfst/nazomer (zie les 1)
  • Herfst/nazomer (zie les 9)

Praktijklessen: kennis en vermeerdering van drachtplanten

(Dit model is slechts uitvoerbaar, als de cursusplaats beschikt over een agrarische school met een gevarieerde tuin, kassen en praktijklokalen)

  • Vermeerderen algemeen, vegetatief en generatief

Zaaien van droge zaden, besvruchten, nootvruchten

Maken van perspotten

Verspenen.

  • Maken van winterstekken

Opkuilen van winterstekken

  • Enten (het beoefenen van 4 entmethoden)

Theoretische achtergronden van ent

  • Scheuren van vaste planten

Oppotten van deze planten

  • Plantenkennis door middel van een excursie op het terrein
  • Occuleren toepassen op appels en rozen
  • Zomerstekken maken van groenblijvende heesters
  • Plantenkennis: samenvatting van vermeerderingsmethoden bolgewassen

Winter: Herkennen van bomen aan de hand van vorm, schorstekening en knoppentabel.