Over de Algemene Nederlandse Imkersvereniging ANILogo ANI

De A.N.I. is een landelijke imkersorganisatie met als doel de bijenteelt in al haar facetten te bevorderen en op te komen voor de belangen van de imkers. De vereniging is opgericht op 10 november 1934 en heeft afdelingen in diverse plaatsen.
Via het verenigingsblad van de ANI, ABTB: "mijn bijen" wordt u uitvoerig geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op bijengebied. Als startend imker kunt u kennis en ervaring opdoen tijdens de beginnerscursus. Samen met een mentor gaat u in de praktijk aan de slag om zo de kneepjes van het vak te leren beheersen. Verdieping van al deze kennis vindt plaats in de gevorderdencursus. Verder worden er cursussen verzorgd over korfimkeren, korfvlechten, drachtplanten (voedselplanten voor bijen), (biotechnische) bestrijding van bijenziekten en koninginnenteelt. Door middel van lezingen en voorlichtingsavonden wordt informatie gegeven over honing, drachtverbetering, bedrijfsmethoden, ziektebestrijding, natuurbehoud en aanverwante onderwerpen die alle dicht bij de natuur staan. Een imker is immers een natuurvriend. In dit geheel spelen de afdelingen een belangrijke rol, waarin eigen inbreng wordt gestimuleerd.
Het hoofdbestuur bestaat uit afgevaardigden uit de meeste afdelingen en heeft contacten met de overheid en andere bijenhoudersorganisaties via de Bedrijfsraad voor de Bijenhouderij. Hiernaast zijn er regelmatige contacten met het Landelijk Proefbedrijf voor Bijenhouderij en Insectenbestuiving de Ambrosiushoeve in Hilvarenbeek.

Het begin

Lang was er van enig organisatieleven op het gebied van de bijenteelt in Nederland geen sprake. Pas in 1897 nam het Koninklijk Nederlandsch Landbouw Comité het initiatief tot de oprichting van een vereniging van bijenhouders.
De reden hiervoor was de in ons land langzaam wegkwijnende bijenteelt, via gericht onderzoek en weloverwogen maatregelen nieuw leven in te blazen.
De vereniging kreeg de naam: Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland (VBBN). Tot 1922 bleef zij de enige bijenteeltorganisatie in Nederland. In dat jaar scheidden met name in Noord-Brabant en Limburg wonende leden zich af. Zij groepeerden zich in een tweetal onderafdelingen van daar werkzame katholieke land- en tuinbouworganisaties (NCB en LLTB).
In 1925 splitste zich opnieuw een groep leden af van de VBBN. Zij waren het niet eens met het door het toenmalige bestuur gevoerde suikerbeleid en gingen verder onder de naam Nederlandsche Imkerbond. Ook van deze bond scheidden zich in 1928 honderd leden af en vormden zodoende de Utrechtschen Bijenhoudersbond.
Naast deze vijf verenigingen ontstond in 1934 de Algemene Nederlandsche Imkersvereniging (ANI). Wel aardig om te weten is dat de contributie van deze nieuw gevormde vereniging toen 25 cent per jaar bedroeg.
In de oorlogsjaren ontstond daarnaast nog het Nederlandsch Imkersgilde, dat opereerde als vakgroep van het in 1940 opgerichte Nederlandsch Agrarisch Front.
Het zal duidelijk zijn dat het ontstaan van al deze verenigingen niet gebeurde omdat men het toen zo goed met elkaar eens was. Naast het geloof, de ontstaansreden van de zuidelijke bonden, waren vooral de hoogte van de contributie en de suikerprijs redenen voor afscheiding van de VBBN.
Kortom, het waren roerige tijden in de bijenteelt, wellicht ook mede veroorzaakt door de crisisjaren en de daarmee gepaard gaande armoede en ellende.Het ontstaan van de diverse verenigingen uit de VBBN, was de toenmalige voorzitter van die vereniging, de bij iedere imker bekende Mr. L.R.J. Ridder van Rappard, een doorn in het oog. Hij achtte het noodzakelijk dat alle bijenhouders een eenheid vormden binnen een en dezelfde imkersbond. Daarmee beoogde hij in de richting van de overheid zo krachtig mogelijke voorstellen ter bevordering van de bijenteelt te kunnen doen. Maar gezien de hiervoor geschetste historie gelukte het ook hem niet de verdeeldheid onder de imkers tegen te gaan of in te dammen.

De oorlogstijd

De Tweede Wereldoorlog was een tijd waarin zelfbeschikking een vreemd woord was. De zuidelijke bonden werden met alle andere land- en tuinbouworganisaties verplicht deel uit te maken van de door de bezetter ingestelde Nederlandse Landstand. Van de andere imkersverenigingen werden de besturen ontslagen en kwamen onder leiderschap van een door de bezetter aangewezen gemachtigde. Daarmee hadden in principe alle imkersverenigingen hun recht op zelfbeschikking verloren. Om suiker te verkrijgen voor de bijen moesten de imkers honing inleveren. In de jaren 1944 en 1945 lukte het niet meer suiker te verkrijgen en gingen de bijen zonder suiker de winter in.

Na de tweede wereldoorlog

Na de oorlog werden de nu bekende imkersorganisaties weer opgericht. Ook de ANI kreeg rechtsherstel. Dit is voor de ANI bepaald niet gemakkelijk verlopen.
We hebben dan ook het voortbestaan van de ANI te danken aan het doorzettingsvermogen van de toenmalige voorzitter, de heer G. Hooyer uit Apeldoorn. Na de heer Hooyer zijn achtereenvolgens voorzitter van het hoofdbestuur geweest de heren J. Spithorst, C. Stapensea, E. Braafhart, T. Bouw en G.D.B. van Houwelingen en E.E. Beindorff.
De ANI heeft zich ontwikkeld tot een moderne imkersvereniging die voor haar leden veel goed werk verricht en opkomt voor de belangen van de imkers. Naast het vele beleidsmatige werk uitgevoerd door de voorzitter, de secretaris en de bestuursleden, worden meer specialistische taken uitgevoerd door commissies, die zijn ingesteld vanuit het hoofdbestuur.Bijenhouden is een breed georiënteerde hobby met vele facetten waaraan de A.N.I. haar bijdrage wil leveren om zo voor haar leden én bijen van dienst te zijn.

Organisatiestructuur

  • De ANI heeft ca. 350 imkers waarvan verreweg de meeste zijn aangesloten in afdelingen. Het hoofdbestuur bestaat uit 7 personen die op de algemene ledenvergadering gekozen worden. De zittingsperiode is 4 jaar.
  • De ANI kent diverse afdelingen.
  • binnen de ANI zijn diverse commissies op uiteenlopende deelgebieden actief.
  • De ANI is vertegenwoordigd in verschillende landelijke organisaties.
  • Ter stimulering van de imkerij wordt jaarlijks de Cees Stapensea-prijs uitgereikt.

De afdelingen

  • Afdeling Uddel : voorzitter dhr.Henk Kok
  • Afdeling Scherpenzeel en Woudenberg, voorzitter: dhr.Jan v.d Waerdt
  • Afdeling Ederveen, voorzitter:dhr. Teus Bouw
  • Afdeling  Harskamp-Otterlo-Wekerom, voorzitter: dhr. Dick van Houwelingen
  • Afdeling Hulshorst: voorzitter, dhr. Henk Olthof
  • Afdeling Hoenderloo, dhr. Cor van Dronkelaar
  • Afdeling Rhenen, voorzitter: dhr. Rob Moret                                                                                                               
  • Afdeling Barneveld, voorzitter: dhr. Kees Kleijer
  • Afdeling Noord, voorzitter: dhr. Anne van Beek

Neem contact op met de ANI

Hoofdbestuur

  • Voorzitter a.i: Kleis Hensen
  • Secretaris/Penningmeester: Martin Wolswinkel
  • Bestuurslid: Cees van Holland
  • Bestuurslid: Cees de Bondt
  • Bestuurslid: Bert Lenderink
  • Bestuurslid: Anne van Beek

Neem contact op met het bestuur